Vilten

Vilten is een van de oudste processen om van wol of haren een stof te maken. Het heeft een rijke traditie, in vele landen van de wereld. Voor het maken van vilt heeft men niet veel nodig:
wol, water, zeep en de warmte en wrijving van de handen.

De wolvezels worden zó neergelegd dat ze elkaar in de eerste laag overlappen,dakpansgewijs, in een volgende laag kruisen en in de eventueel daarop volgende lagen weer kruisen. Vervolgens gebruikt men warm zeepwater en de warmte van de handen om de wolvezels open te laten gaan. Ze haken in elkaar en door vervolgens met de handen krachtig te wrijven krimpt alles in elkaar en krijgt men een samenhangend geheel.

Samen met de wol kunnen ook andere natuurlijke stoffen meegevilt worden. Zo kan men transparant vilten, door wol samen met zijde te vilten, hierbij krimpt de wol sterker dan de zijde, zodat een mooi gerimpeld effect ontstaat. Ook wollen draadjes, katoen en zijden vezels geven een geweldig effect. De mogelijkheden van vilt zijn onuitputtelijk! Er wordt gewerkt met wolsoorten en zijden vezels die dierlijk zijn en dus op eiwit basis, of met plantaardige vezels zoals vlas, hennep of jute die op cellulose basis zijn.

Het ambachtelijke van de vilttechniek nodigt uit om deze telkens op nieuwe manieren toe te passen. Door wol in dunne laagjes op zijde te vilten ontstaan dunne soepele sjaals. In dikke lagen vervilten we wol tot hoeden, sloffen en tassen.
Van wol kan men sieraden maken, broches, kettingen en armbanden en interieurobjecten als kussens en plaids, maar ook vazen en lampen.
De mogelijkheden met vilt zijn eindeloos.